Boosheid en woede wat zit er onder
- Denise Oranje

- 22 apr
- 8 minuten om te lezen
Boosheid en woede wat zit er onder bij jou?

Lieve kinderen zijn niet boos
Doe maar even normaal. Doe even rustig.
Werd dat tegen jou ook meteen gezegd als je eens flink uit je slof schoot toen je klein was en je zin niet kreeg, of als het even niet liep zoals jij dat wilde? Al was het maar dat iets wat je zelf wilde doen niet lukte?
Wees maar een lief kind. Lieve kinderen zijn niet boos.
Ken je dat nog van vroeger?
Als je dat herkent, leerde je al vroeg dat boos zijn lastig was en niet de bedoeling. Onbewust zou je daar zomaar een koppeling hebben kunnen maken naar: als ik boos ben, dan houden ze niet van mij. En zeker voor een klein kind is dat niet veilig. Een kindje is afhankelijk van verbinding.
Dus wat doe je dan?
Je slikt het in.
De emotie wordt naar binnen gekeerd, maar de energie verdwijnt niet. Totdat je emmertje vol raakt.
Andere kinderen blijven juist boos. Omdat dƔt hun manier wordt om zich staande te houden. Of hun grenzen te zoeken, blijf je wel bij mij?
En energie die er niet uitkomt, blijft ergens vastzitten. Al voel je dat meestal niet. Je gedrag past zich aan om het toch zo veilig mogelijk te houden en dan kun je bijvoorbeeld degene worden die iedereen altijd begrijpt, die alles inslikt om de goede vrede te bewaren. Want daar houdt iedereen van.
Tot er iets gebeurt wat misschien niet eens zo belangrijk is maar dat je je toch ineens heel boos voelt. Je reageert feller dan je normaal gesproken zou doen. Het gaat dan niet alleen over nu.
Er wordt dan iets meegenomen wat al langer meeloopt. Iets wat vaker werd ingeslikt. Iets wat er toen niet mocht zijn.
En dan is je emmertje vol en loopt het over.
Boosheid die je hebt leren inslikken, heeft zich opgestapeld en is veranderd in woede.
āNormaalā gesproken komt boosheid op wanneer een grens wordt geraakt. Je voelt het, je zegt wat er gezegd moet worden, en daarna zakt het weer. Er zit beweging in. Het stroomt. Het verlaat je weer en je bent niet meer boos. Ā
Maar wanneer boosheid jarenlang geen plek kreeg, kan het zich vastzetten. Dan reageer je niet alleen op wat er gebeurt, maar komt ook los wat daarvoor misschien al jaren werd ingehouden.
Je kunt ook boos worden terwijl je tegelijkertijd denkt dat je er eigenlijk geen reden voor hebt. Dat je de ander best begrijpt. Dat je weet dat het niet expres was. En toch is daar die spanning.
Je hoeft trouwens geen gelijk te hebben om boos te mogen zijn.
Wat boosheid eigenlijk probeert te beschermen
Boosheid betekent ook niet automatisch dat de ander fout zit of iets verkeerd heeft gedaan.
Boosheid zegt soms iets over jezelf.
Over een grens die je eigenlijk al langer voelt, maar niet uitspreekt. Over iets waar je overheen bent gegaan terwijl je ergens vanbinnen al wist dat het niet okƩ was. Of over het moment waarop je jezelf niet serieus nam en het daarna wel van de ander verwacht.
Boosheid beschermt iets.
Het beschermt je plek. Je autonomie. Het gevoel dat jij er ook toe doet. Dat jouw grenzen niet zomaar opzijgeschoven worden. Dat jouw āneeā net zo belangrijk is als het ājaā van een ander.
En wanneer je je gecontroleerd voelt, of niet gehoord, of niet serieus genomen, dan wordt boosheid wakker, omdat iets in jou zegt: dit klopt niet. Dit voelt niet goed voor mij.
Ook onder boosheid ligt vaak angst. De angst om niet gezien te worden. Angst om afgewezen te worden. Angst om de verbinding kwijt te raken. Angst om niet belangrijk genoeg te zijn.
Terwijl angst zich terug trekt. Het maakt je kleiner. Voorzichtiger. Het kijkt eerst of het veilig is.
Beweegt boosheid juist naar voren. Het maakt je groter. Het neemt ruimte in.
Boosheid geeft energie. Het geeft kracht. En soms voelt dat veiliger dan die kwetsbaarheid eronder. Het is vaak makkelijker om boos te zijn dan om te zeggen: dit doet me pijn.
Een kind kiest hier natuurlijk niet bewust voor. Het wil alleen maar verbonden blijven. En als boos zijn voelt alsof dat de verbinding in gevaar brengt, dan past het zich aan. Dan wordt het stiller. Voorzichtiger. Begripvoller dan eigenlijk nodig is. Niet omdat het geen boosheid voelt, maar omdat het veiligheid zoekt. En zoals ik al zei: Andere kinderen blijven juist boos om zich staande te houden, uit paniek of omdat dat juist veiliger voelt.
En boosheid gaat vaak over
iets wat geraakt wordt,
iets wat belangrijk voor je is,
iets wat je niet kwijt wilt.
Misschien is boosheid daarom niet iets wat opgelost moet worden, maar iets wat gehoord wil worden en ook gewoon even ruimte wil krijgen.
Als onveilig, veiliger voelt en je emmertje legen
Als je ooit hebt geleerd dat boos zijn verbinding kost, dan ga je die niet zomaar open uiten. Je houdt je in. Je kiest voor de relatie. Dat houdt je veilig.
Maar wat voor de ƩƩn veilig voelt, voelt voor de ander juist niet veilig.
Het kan zijn dat je juist eerder boos wordt. Kortaf. Afstandelijk. Obstinaat. Provocerend zelfs. Alsof je de afwijzing vóór wilt zijn. Alsof je denkt: dan doe ik het zelf wel. Ik wijs de ander wel af, dan kan ik niet meer afgewezen worden. Of: dan is de kogel maar vast door de kerk. Dan weet ik waar ik aan toe ben. Of je bent op zoek naar de grens, blijf jij wel echt bij mij?
Het is achterdocht of wantrouwen dat iemand dan juist boos maakt.
En er is nog iets wat vaak gebeurt.
Je ontlaadt het meest bij degene bij wie je je het veiligst voelt. Degene waarvan je diep vanbinnen weet: jij blijft toch wel. Bij je partner. Een goede vriend. Iemand die niet zomaar wegloopt.
Dat is geen gemeenheid hoor. Dat is veiligheid.
Alleen kan het voor de ander voelen alsof hij of zij de volle lading krijgt van iets wat al heel lang is opgebouwd en eigenlijk niets met hem of haar te maken heeft. Er gebeurt een klein dingetje en die persoon krijgt ineens de hele emmer over zich heen.
Aan de andere kant is het ook een compliment voor die persoon die de boze bui over zich heen krijgt want je voelt je bij die persoon wel veilig genoeg om boos te mogen zijn. Maar ja⦠leuk is anders. Zou je het niet anders willen?
Het gebeurt vaak dat ook de ander zijn emmertje steeds vult en dat er zo regelmatig heftige conflicten ontstaan. Zolang boosheid geen plek krijgt en er niet wordt gekeken waar het echt over gaat, blijf je in dezelfde cirkel zitten.
En vaak kiezen mensen onbewust precies die situaties en relaties waarin die oude wond steeds opnieuw wordt aangeraakt.
Existentiƫle woede
Maar wat nou als er een ongeluk gebeurt, of het gaat over ziekte, iets waar echt niemand iets aan kan doen? Op wie word je dan boos?
Boosheid op het leven. Op het lot. Of op God misschien.
Je kunt je boosheid bij niemand kwijt. Niemand heeft iets gedaan. Het gebeurde gewoon. En als je het bij niemand kwijt kunt, kan het intenser worden.
Je kunt je machteloos gaan voelen en dat is moeilijk te verdragen. Je kunt niets veranderen. Je hebt geen controle. Boosheid kan dan niet gewoon komen en weer gaan.
En als die boosheid geen richting krijgt kan het overal naar buiten komen.
Op kleine dingen. Op mensen die er niets mee te maken hebben. Bij mensen waarbij je je veilig voelt. Je voelt dat er iets uit moet maar het brengt geen echte opluchting.
Omdat het nergens echt kan landen. Of het richt zich op iets groters. Op de overheid. Op een systeem. Op een organisatie, een dokter of iemand anders die slecht nieuws brengt. Er moet ergens een adres zijn.
En als ook dƔt geen ruimte krijgt, kan boosheid naar binnen slaan.
Dan wordt het schuld.
Had ik maar dit gedaan.
Had ik maar dat gezegd.
Had ik maar beter opgelet.
Zelfverwijt geeft een gevoel van schijn controle in situaties die eigenlijk oncontroleerbaar waren.
Want als het mijn schuld is, dan had ik misschien iets kunnen veranderen.
Maar meestal was er niets te veranderen.
Vergeving
Boos zijn kan kracht geven. Het kan voelen alsof je controle hebt, alsof je nog iets kunt sturen.
Boos blijven is iets anders.
Dan is het alsof je niet helemaal hebt losgelaten wat je is overkomen. Ondertussen blijft je lichaam en geest, je systeem, actief als die boosheid blijft hangen. Het blijft alert. Gespannen. Het wil iets wat misschien nooit meer komt. Een verandering die niet meer mogelijk is. Een verandering buiten jouw macht.
Door het verlangen daarnaar word je keer op keer teleurgesteld, wat de boosheid van binnen alleen maar verder aanwakkert.
Je kunt minder genieten van dingen. Je trekt je terug. Of je zoekt juist ruzie op. En als die boosheid er ook niet mag zijn, dan kan verdriet de overhand nemen. Verdriet dat eigenlijk boosheid is die geen ruimte kreeg.
Je bent slachtoffer geworden van iets wat je is overkomen.
Het is gezond om eerst een flink potje woede te hebben. Boosheid mag er zijn. Maar als je merkt dat je systeem die boosheid niet langer wil dragen, dan is er eigenlijk maar ƩƩn weg.
Vergeving. Naar jezelf. Of naar een ander.
Vergeving wordt vaak verkeerd begrepen. Het betekent niet dat je goedkeurt wat er gebeurd is. Het betekent niet dat je het ermee eens bent. En het betekent ook niet dat je alles maar moet accepteren.
Vergeving betekent dat jij besluit om het niet langer elke dag opnieuw te beleven of te dragen.
Hoe moeilijk vergeving soms ook lijkt, langdurige boosheid vreet je op. Het kan voelen als wraak om boos te blijven. āDie heeft dat verdiend.ā
Misschien blijf je boos omdat je wilt dat de ander voelt wat jij voelt.
Dat hij zich schuldig voelt.
Maar zelfs als dat zou gebeuren⦠zou het je dan echt rust geven?
Wraak is als zelf vergif innemen en hopen dat de ander eraan dood gaat.
Kort door de bocht misschien. Maar zo ontzettend waar.
Wat boosheid je laat zien
Misschien gaat boosheid uiteindelijk gewoon over iets wat belangrijk voor je is.
Over iets waar je waarde aan hecht.
Over de plek waar jouw grens ligt.
Over iets wat je mist.
Sta er eens bij stil als je boosheid voelt:
Gebeurtenis
Stel, je partner zegt iets kleins. Of vergeet iets wat voor jou belangrijk was.
Emotie
Je voelt meteen irritatie. Of boosheid.
In plaats van direct te reageren, kun je even stilstaan.
Wat maakt dat dit je zo raakt?
Betekenis
Is het alleen dat ene zinnetje?
Of betekent het iets voor je?
Voel je je niet gezien?
Niet serieus genomen?
Niet belangrijk genoeg?
Behoefte
Wat heb je hier eigenlijk nodig?
Erkenning?
Aandacht?
Dat iemand rekening met je houdt?
En soms ontdek je dat wat je nu zo sterk voelt, ouder is dan dit moment.
Dat het niet alleen over vandaag gaat.
Maar over iets waar je al langer mee loopt.
Dat maakt de ander niet schuldig.
En het maakt jouw gevoel ook niet onterecht.
Het vraagt alleen om eerlijkheid naar jezelf.
Deze manier van kijken kun je ook gebruiken bij angst.
Of bij verdriet.
Gewoon even stilstaan. En laag voor laag onderzoeken wat eronder ligt.
Misschien herken je in dit verhaal vooral iemand anders.
Iemand die snel boos wordt.
Iemand bij wie jij de volle lading krijgt.
Maar hoe graag je het ook zou willen⦠je kunt een ander niet veranderen. Dat moet iemand echt zelf willen.
Wat je wel kunt doen, is kijken hoe jij ermee omgaat. En waar jouw grenzen liggen.
Ā
Ā
Ā





Opmerkingen