top of page
Two Ripples_edited.jpg

Wat is verdriet?

  • Foto van schrijver: Denise Oranje
    Denise Oranje
  • 8 apr
  • 10 minuten om te lezen


Oog met een traan dat overgaat in een bos met een beek als symbool voor verdriet.

Wat is verdriet eigenlijk echt? Een persoonlijk voorbeeld

Heel persoonlijk ging ik vroeger niet zo ā€œgoedā€ om met verdriet.

Het mocht er wel zijn, maar het ging nooit echt over. Het bleef ergens hangen. Ik klaagde meer of jammerde maar het echt doorvoelen deed ik niet.

Tot er een moment kwam waarop dat echt niet meer ging.


Er gebeurde iets wat ik wel aan zag komen maar ik probeerde nog te sturen tot ik besefte dat dat ook echt niet meer kon. Ik at nauwelijks. Mijn lichaam stond strak van de spanning. En toen brak het ineens.


Ik zakte op de grond en lag daar. Geen energie om te lopen, zitten of staan. Ik lag daar en door de grond zakken leek nog niet diep genoeg.

Ik wilde weg uit mijn lijf. Weg uit alles wat ik voelde.


De pijn was zo intens dat er geen ruimte meer over was voor iets anders. Het vulde alles. Het leek alsof ik geen lucht kreeg door het huilen en schreeuwen. Ik hapte naar adem maar dat leek niet te lukken. Ik kon er niet uit, ik kon niet stoppen.


Wanhoop, verdriet, woede en walging kwamen allemaal voorbij. Boos op iemand. Boos op mezelf. Boos op het leven. Gekwetst, afgewezen, alles.


Ik heb gehuild, geschreeuwd en getrild. Met mijn vuisten op de grond geslagen.

Ik heb het ondergaan, helemaal.


Niet opgelost. Niet weggeduwd. Ondergaan.


En daarna was ik leeg.


Eerst verdoofd een tijdje en moe natuurlijk, zoiets kost energie. Maar de tranen waren op en op dat moment was het verdriet weg. Het had zijn kracht verloren. En het duurde eigenlijk helemaal niet zo lang voordat ik merkte dat ik er ineens heel anders in stond. Ik voelde mij ineens sterk vol energie, anders.


Voor het eerst in mijn leven heb ik oude pijn verwerkt, met een heftige gebeurtenis als trigger.


Het is inmiddels al een tijd geleden, maar sindsdien kijk ik anders naar verdriet.



Wat is huilen


Dat weten we allemaal wel natuurlijk. Toch merkte ik dat het goed is om hier iets uitgebreider bij stil te staan.

Want wat is verdriet dan precies? Is het een emotie? Is het lichamelijke pijn? Is het iets wat je voelt wanneer je iets mist?


En hoe zit het dan met huilen? Is huilen hetzelfde als verdriet?

Een kind huilt wanneer het pijn heeft, schrikt, moe is, overprikkeld is of iets mist. Maar heeft het dan altijd verdriet?


Huilen is een lichamelijke uiting. Verdriet is een emotie. Iets wat in het brein en in het lichaam wordt ervaren. Die twee werken samen. Wat je vanbinnen voelt, kan via je lichaam naar buiten komen.


Maar het werkt soms ook andersom. Soms lijkt het alsof je iets voelt wat niet helemaal van jou is. Dat je geraakt wordt door iemand anders. Alsof je het bijna overneemt. Zelfs als diegene zegt dat er niets aan de hand is. Misschien omdat iemand niet alles laat zien, maar je het toch voelt omdat je het kent en dus herkent. En dat je lichaam dat oppikt.


Maar niet elke traan komt door verdriet. Je ogen kunnen ook tranen bij rook, wind of bij het snijden van uien. Dat zijn reflextranen. Bij verdriet is het anders. Dan komen de tranen omdat er iets vanbinnen geraakt wordt. Omdat er spanning is. Gemis. Pijn.


In tranen van verdriet zitten andere stoffen dan in reflextranen. Er wordt gesuggereerd dat huilen kan helpen bij het verminderen van stress door bepaalde stoffen af te voeren. Alsof het lichaam via tranen spanning loslaat.


Maar huilen doet meer dan ontladen. Een huilend kind roept zorg op. Nabijheid. Aandacht. Het brengt mensen in beweging. Dat is geen toeval. Huilen heeft ook een sociale functie. Het verbindt. Het nodigt de ander uit om dichterbij te komen.


Een baby die huilt omdat moeder even weg is, ervaart geen gedachte als: ā€œIk voel verdriet.ā€ Maar het systeem ervaart wel gemis van nabijheid. En gemis activeert in de hersenen deels overlappende gebieden met fysieke pijn.


En dan komt de vraag. Hoe komt het dat we als volwassenen het vaak een stuk moeilijker vinden om te huilen? Zeker bij lichamelijke pijn. We zetten ons eroverheen, spannen aan, bijten door. Je ziet het soms alleen in een vertrokken gezicht. Een korte grimas van pijn. Maar de tranen blijven uit. We houden controle.


Als huilen een natuurlijke ontlading Ʃn een verbindende beweging is, wat gebeurt er dan met verdriet wanneer we niet meer huilen? Verdwijnt het? Of zoekt het meestal een andere weg?



Waarom verdriet soms een andere weg zoekt


Het verdwijnt niet. Het zoekt alleen een andere weg om toch iets te kunnen uiten. Het verdriet is er nog steeds.


We leren hoe we met verdriet omgaan in onze omgeving. Thuis, op school, in onze cultuur. Iedereen maakt iets anders mee, dus voor iedereen ontwikkelt zich anders hoeveel ruimte verdriet mag innemen. Toch zie je bepaalde patronen terug.


Sommige mensen houden zich in. Ze huilen liever alleen en wachten tot niemand het ziet, alsof het iets is wat je voor jezelf moet houden. Misschien omdat ze ooit hebben geleerd dat huilen lastig is. Of zwak. Of dat het nu wel een keer over moet zijn. Of dat het toch niets oplost en dus maar beter kan stoppen.


En bij anderen gebeurt juist het tegenovergestelde. Ze gaan door of ze lachen en leiden zichzelf af, en doen net of er niet zoveel aan de hand is.


Bij jongetjes zie je vaak dat verdriet nog minder zichtbaar mag zijn. Ze leren al vroeg sterk te zijn. Zich groot te houden. Dat huilen niet stoer is. Dat inslikken soms veiliger voelt dan laten zien wat er vanbinnen speelt.


Een klein kindje dat gevallen is en geschrokken, uit zich vaak in hevig huilen, met tranen, vlekken in het gezicht, trillen en schokkend ademhalen en met veel geluid. Zo reguleert het zenuwstelsel door spanning af te voeren, net zoals een antilope de spanning van zich afschudt na een achtervolging. En eigenlijk is dat precies hoe het bedoeld is. Alles mag eruit, zonder dat het tegengehouden wordt.


Maar wat als een volwassene zich zo zou laten gaan? Wat zouden we daar dan van vinden? Misschien heeft huilen wel een functie.

En zijn we die verleerd.


Verdriet is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een beweging. Een uiting van het lichaam om te ontladen.


En als die ontlading niet wordt afgemaakt, zoekt verdriet meestal een andere weg.


Soms zie je dat verdriet een andere weg kiest. Het kan naar buiten komen als boosheid. Of als spanning in het lichaam. Soms wordt iemand moe of wat harder. Of lijkt het alsof iemand minder voelt dan vroeger.



Troost


Als een kindje verdrietig is, is troost vaak bedoeld om het beter te maken. Omdat veel mensen ongemakkelijk worden van verdriet. En omdat ouders het moeilijk vinden om hun kind zo te zien, en het vaak zelf ook pijnlijk vinden om hun kind te zien huilen. Dat is liefde .


Maar soms leren we daardoor iets anders dan bedoeld. Wanneer we zeggen: ā€œstil maarā€ of ā€œrustig maar, het is al goedā€, willen we veiligheid geven. Alleen leert een kind soms dat verdriet niet te lang mag duren. Dat het snel weer goed moet zijn. Dat huilen iets is wat je oplost.


Er zijn zoveel manieren van troosten dat ik daar eigenlijk een aparte blog over wil schrijven. Want troost kan een knuffel zijn. Een arm om je heen. Stil naast iemand zitten. Een kop thee. Of juist zeggen: kom op, het komt wel weer goed.


Troost is vaak goed bedoeld. Maar het zegt ook vaak iets over degene die troost.


We hebben iets in ons dat emoties van anderen mee laat voelen. Spiegelneuronen noemen ze dat. Dat is ook waarom je bij een film kunt meehuilen. Omdat het verdriet van een personage iets in jou raakt. Hetzelfde gebeurt wanneer iemand tegenover je verdrietig is. Je voelt het mee.


Het verdriet van een ander kan iets raken bij de trooster. Misschien wordt de trooster boos, verdrietig of ongemakkelijk.


Dat kan ervoor zorgen dat het verdriet van de ander als het ware wordt overgenomen. Door boosheid. Door groter verdriet. Of door het te willen oplossen.

Dat gebeurt niet bewust, maar het kan er wel voor zorgen dat het verdriet niet helemaal doorleefd wordt.


Soms zie je ook dat kinderen hun verdriet inhouden om hun ouders te sparen. Als een ouder zichtbaar overstuur raakt, kan een kind voelen dat zijn of haar verdriet te groot is. Dan wordt het stil of sterk.


Maar troost kan ook helpend zijn.


Helpende troost laat het verdriet er zijn tot het over is. Het gevoel geven dat je niet alleen bent en dat het er mag zijn.

Het gevoel geven: ik ben hier. Je mag dit voelen. Ik ga niet weg. Het hoeft niet opgelost te worden.

Samen huilen kan verbinden.



Verdriet dat er mag zijn


Het uiten van verdriet is eigenlijk een hele gezonde manier van ontladen. Zo hoeven emoties zich niet vast te zetten in je lichaam. Verdriet hoeft niet opgelost te worden. Het mag gevoeld worden.


Ja, dat is makkelijk praten als je dat niet zo geleerd of ervaren hebt. Dat snap ik. Als jij hebt geleerd het in te slikken. Of kleiner te maken door jezelf te vergelijken met anderen. Door te denken dat jouw verdriet niet belangrijk genoeg is. Dat anderen het veel erger hebben.


Of als je misschien bang bent dat je nooit meer stopt met huilen als je eenmaal begint.

Dan kan ik mij voorstellen dat verdriet er gewoon laten zijn niet gemakkelijk voelt.


Je bent niet je verdriet. Het is iets wat normaal gesproken komt en weer gaat wanneer het mag stromen. Maar als je het om wat voor reden dan ook niet toestaat, al is dat onbewust, dan kan het niet bewegen. Dan blijft het hangen.


En misschien is dat wel de paradox. Wie weer vreugde wil voelen, zal ook ruimte moeten maken voor verdriet.



Als verdriet blijft


Heb je wel eens dat je ineens overal om kunt huilen? Bij een film. Het nieuws. Een verhaal van iemand die je nauwelijks kent.


Het lijkt dan alsof alles je raakt.


Soms denk je: wat is er met mij aan de hand? Waarom komt dit nu zo binnen? Ik weet niet eens precies waar dit over gaat.


En misschien gaat het ook niet alleen over dat moment. Misschien raakt iets wat je ziet of hoort aan iets wat al langer in je meedraagt.


Stel dat een vriendin geen contact meer met je wil. Dan kun je verdrietig zijn om het gemis van die vriendin. Maar het kan ook verdriet zijn van lang geleden dat nu is wakker gemaakt. Misschien voelt het wel als afwijzing. Dan gaat het niet alleen over deze situatie, maar over wat dit wakker maakt.


En verdriet kan soms heel vertrouwd voelen. Dat klinkt misschien vreemd. Je wilt verdriet niet vasthouden. Maar als het een emotie is die je goed kent, kan het ook iets bekends hebben. Iets waar je mee om weet te gaan. En dat is heel normaal. Het gebeurt bij veel mensen.


En soms houden we verdriet vast, omdat het nog de enige voelbare verbinding is met wat we kwijt zijn.


Het kan ook heel goed zijn dat achter dat verdriet boosheid zit die nooit geuit is. Als er vroeger een taboe op boosheid was en niet op verdriet, wordt boosheid soms overgeslagen. De boosheid is niet geuit en het kan zijn dat verdriet daardoor langer blijft hangen. Soms zit er onder verdriet boosheid die er niet mocht zijn. Boosheid in een ander jasje.


Wanneer boosheid geen plek kreeg en verdriet daardoor blijft hangen, speelt daar vaak een hele dynamiek onder. Die dynamiek, ook wel de slachtofferdynamiek genoemd, vraagt een eigen uitleg. Daar kom ik in een aparte blog op terug.


Verdriet is niet altijd zwaar omdat het groot is, maar omdat je het al zo lang draagt. Denk aan een glas water dat steeds zwaarder voelt hoe langer je het vasthoudt.



Rouw en verdriet


Rouw is een natuurlijke reactie op verlies. Dat kan gaan over het overlijden van iemand die je lief is. Maar ook over het einde van een relatie. Over gezondheid die verandert. Over verwachtingen die niet uitkomen. Over een toekomstbeeld dat ineens anders loopt dan je dacht.


Je zou rouw kunnen zien als een dikke rode kabel die bestaat uit heel veel dunne rode draadjes. Die kabel staat voor de verbinding met wie of wat je verloren hebt.


Op momenten zoals een eerste kerst zonder iemand. Een verjaardag zonder diegene. Of wanneer je merkt dat je iets niet meer kunt wat vroeger vanzelf ging. Elke keer als je op zo’n moment even stilstaat bij het verlies, laat er vanzelf een draadje los. Tot er geen draadjes meer zijn maar wel nog de herinneringen. Er staat geen tijd voor, iedereen voelt en doet het anders.


Maar soms gaat verlies samen met gevoelens van onmacht of boosheid. Bijvoorbeeld over hoe iemand is overleden, over wat er is gebeurd, over hoe het anders had moeten lopen. Boosheid hoort bij rouw. Het laat zien dat iets belangrijk voor je was.


Als er veel boosheid zit over hoe iemand is overleden, over wat er met je gezondheid is gebeurd, of over hoe je relatie is beƫindigd, dan kan het verlies nog niet helemaal worden toegelaten. Daardoor laten er minder draadjes los. Door die gevoelens blijft de kabel steviger vastzitten. Op momenten waarop er ruimte had kunnen ontstaan voor verdriet, kan boosheid naar voren komen. En zolang die boosheid het overneemt, vindt rouw niet helemaal zijn natuurlijke weg.


Wie meer wil lezen over dit beeld van de rode kabel kan eens kijken in het boek Afscheid nemen van Riekje Boswijk-Hummel.



Als je zegt: ik voel niets


En er zijn ook mensen die zeggen: ik voel eigenlijk niets. Dat ze wel begrijpen wat er gebeurt, maar er weinig bij voelen. Geen tranen. Geen duidelijke boosheid. Geen echte ontroering.


Dat kan verwarrend zijn. Voor henzelf en voor de mensen om hen heen.


Soms is dat ooit zo gegroeid. Als voelen te veel werd. Of als het echt te groot was om te voelen toen je nog klein was. En als doorgaan veiliger leek.


Je kunt gevoel niet afdwingen. Maar je kunt wel voorzichtig ruimte maken. Door even stil te staan. Door te merken wat er wƩl is. Misschien is het geen verdriet. Misschien is het een druk op je borst. Of een brok in je keel. Of alleen maar vermoeidheid.


Gevoel komt zelden op commando. Het komt wanneer het veilig genoeg voelt om te komen.



Ontroering


Ontroering lijkt op verdriet, maar het is net even anders. Het kan voelen als tranen van geluk. Of medeleven.


Ontroering komt vaak wanneer je iets ziet, hoort of ervaart wat je ooit zo nodig had. Een gebaar. Een woord. Het raakt omdat je erkenning voelt. Je voelt dat je wordt gezien. Erkenning is een van de meest krachtige ervaringen waarop ontroering kan ontstaan. Het heeft iets puurs. Iets oprechts. Alsof er even geen masker of verdedigingslaag tussen zit.


Ik merk dat zelf ook regelmatig in mijn werk. Wanneer een cliĆ«nt iets ontdekt. Wanneer er een kwartje valt. Of al zo’n grote stap heeft gezet. Wanneer iemand zichzelf ineens begrijpt op een manier die nieuw is. Dan voel ik soms een piepklein traantje. Niet van verdriet, maar van ontroering. Omdat ik zie wat het betekent. Omdat ik zie hoeveel moed daarin zit en echt kan voelen wat het kostte om daar te komen. Om daar zo puur te zitten.



Even stilstaan bij je eigen verdriet


Als je wilt, kun je eens rustig gaan zitten. Even niets hoeven oplossen. Gewoon denken aan iets wat je raakt.


Waar voel je dat in je lichaam? Wat mis je eigenlijk op dat moment? En als dat gevoel iets zou kunnen zeggen?


Misschien helpt het om jezelf even als klein kind voor je te zien.


Je hoeft niets op te lossen. Alleen even te merken wat er gebeurt als je er niet van weg hoeft.

Soms is dat al genoeg.



Tot slot

Verdriet hoort bij het leven. Bij liefhebben. Bij verliezen. Bij groeien.

Het kan luid zijn of stil. In tranen of in ontroering. Soms voelbaar, soms ver weg.

Wanneer verdriet de ruimte krijgt om te bewegen, ontstaat er ook weer ruimte vanbinnen. En in die ruimte krijgt vreugde weer een plek.

Ā 

Ā 



Opmerkingen


bottom of page