Walgen
- Denise Oranje

- 25 jun
- 8 minuten om te lezen

Dat is een emotie die ik in eerste instantie niet zo helder heb voor mezelf. Ik heb het gevoel dat ik walging niet echt vaak herken als emotie, alsof ik niet zo snel walg van dingen.
Misschien komt dat ook omdat walging niet zoān emotie is waar je makkelijk bij stil blijft staan.
Het is iets wat je direct in je lichaam voelt en ook zo weer voorbij kan zijn.
Vroeger had ik dat wel sterker. Dan kon ik echt walgen van bepaalde dingen, zoals de geur van vis. Of als iemand moest overgeven, dan moest ik bijna zelf ook.
En dat is denk ik eigenlijk ook precies hoe walging werkt. Het gaat snel. Zo snel dat je er vaak niet eens bij stilstaat. Het gebeurt gewoon, of het overkomt je, en voor je het weet trek je je alweer terug.
Soms zonder dat je precies kunt uitleggen waarom.
Het is er even⦠en vaak is het ook zo weer weg.
Walging is eigenlijk een grens-emotie. Het laat je voelen: tot hier en niet verder.
Wat ik wel interessant vind, is dat walging in je lichaam begint. Je voelt het meteen.
En het kan ook ontstaan door wat je ziet of waar je aan denkt. Iets wat niet letterlijk met jou gebeurt, maar waar je lichaam wel op reageert.
Hoe voelt walging eigenlijk?
Walging en afkeer worden vaak door elkaar gebruikt.
ā Wat een walgelijke jurk is datā is bijvoorbeeld niet echt walging, maar meer afkeer.
Ze voelen niet hetzelfde.
Afkeer is vaak meer een ādit wil ik nietā. āIk vind dat vreselijk.ā
Maar als die jurk jou herinnert aan iemand die jou fysiek iets heeft aangedaan, of aan een situatie waarin iemand anders dat is overkomen, kan het ineens wel als walging voelen.
Dan gaat het niet alleen over die jurk, maar over het verhaal erbij.
Walging gaat dus een stapje verder.
Die voel je in je lichaam opkomen alsof iets eruit moet.
Je voelt een sterke reactie in je lichaam, bijna alsof iets er meteen weer uit moet.
Je gezicht kan een beetje vertrekken, je voelt weerstand en in sommige gevallen zelfs een neiging tot kokhalzen.
Dat is vaak walging in zijn meest pure vorm. Wanneer iets bedorven is en je het beter niet kunt eten, voel je wat het met je lichaam doet.
Bij emotionele walging werkt het af en toe wat anders.
En vaak blijft het daar niet bij alleen walging.
Het kan samenkomen met irritatie, met boosheid of met een gevoel van onmacht. Dat je iets wilt vermijden of stoppen, maar niet altijd weet hoe.
Soms merk je het zelfs pas achteraf.
Dat je terugdenkt aan een moment en ineens voelt: dat voelde eigenlijk helemaal niet goed. Dat je als het ware kotsmisselijk wordt bij het idee alleen al.
Waar is walging eigenlijk goed voor?
Het is een basisemotie die je niet bedenkt, maar die je gewoon overkomt. Het zit direct in je lichaam. Je hoeft er niet eerst over na te denken.
Als je een stuk bedorven vlees ruikt voel je meteen die afkeer, misschien moet je zelfs kokhalzen. Je lichaam reageert sneller dan je hoofd en dat is maar goed ook, want het zorgt ervoor dat je het niet opeet. Best een slimme en beschermende reactie van ons lichaam toch?
Maar het blijft niet alleen bij dit soort lichamelijke situaties.
Het kan ook zomaar ontstaan wanneer je iets ziet wat je lichaam niet goed kan verdragen.
Stel je voor dat je op social media een video ziet van een bloederige mishandeling van een kind in een oorlogsgebied.
Waarbij je het gevoel krijgt dat je moet wegkijken of door scrollen.
Dan voel je vaak meteen: dit is te veel.
In zoān moment raakt het niet alleen iets lichamelijks, maar ook je normen en waarden. Wat je vindt kunnen en wat niet. Wat voor jou acceptabel is en waar jouw grens ligt.
En daar blijft het dan meestal niet bij. Er kan ook boosheid opkomen, of een gevoel van machteloosheid omdat je wilt dat het stopt maar niet altijd meteen weet hoe. Die reacties kunnen door elkaar heen lopen.
De walging van het moment verdwijnt meestal snel waarna afkeer blijft hangen.
Kun je walging altijd vertrouwen?
Walging wordt vaak gezien als iets wat je altijd kunt vertrouwen. Alsof het je precies laat voelen waar je afstand van moet nemen en wat niet goed voor je is.
En ergens klopt dat ook.
Maar het is niet altijd zo simpel.
Want walging ontstaat niet alleen in het moment zelf door iets wat je meemaakt of ziet. Het kan ook gevormd zijn door wat je eerder hebt meegemaakt. Door situaties waarin iets onveilig voelde, door afwijzing, of door hoe er vroeger naar bepaalde dingen werd gekeken.
Daardoor kun je soms walging voelen bij iets wat op zichzelf niet per se verkeerd is, maar wat ergens in jou wel zo is opgeslagen.
Maar het kan ook heel simpel zijn: je at ooit een karbonade waar je later ziek van werd en voortaan walg je van karbonade.
Je ziet dat bijvoorbeeld ook bij mensen met misofonie, die heel heftig reageren op bepaalde geluiden, zoals smakken of ademen. Voor de één is het nauwelijks merkbaar, terwijl het bij een ander een intense reactie oproept van irritatie, haat, spanning of zelfs walging. Alsof het lichaam meteen reageert⦠alsof het ergens van weg wil, of het niet kan verdragen. Meestal ontstaat zoiets dan ook aan de eettafel als het over eetgeluiden gaat. Zonder dat we daar een bewuste herinnering aan hebben.
Wanneer iets niet goed voelt
Walging kan ook een rol spelen in hoe je lichaam reageert op nabijheid van iemand.
Dat zie je bijvoorbeeld in situaties waarin je je kwetsbaar voelt. Bij intimiteit, aanraking of gewoon het dicht bij iemand zijn. Soms kan iets dan ineens tƩ dichtbij voelen, zonder dat je precies kunt uitleggen waarom.
Je lichaam kan daar vrij direct op reageren.
De neiging om afstand te nemen, of gewoon het gevoel dat je hier even uit wilt.
Het kan een geur zijn of iets anders wat je gevoel herkent in iets wat ooit misschien bedreigend was.
Dat betekent niet automatisch dat er iets mis is met de ander trouwens.
Het zegt vaak meer over hoe jouw systeem op dat moment reageert.
Alsof je lichaam aangeeft: dit is te veel, of dit voelt bedreigend. Het kan een lichamelijke herinnering zijn die je brein (nog) niet herinnert.
Maar het is niet altijd iets ouds. Soms is het gewoon instinct en intuĆÆtie om je te helpen bij sommige mensen uit de buurt te blijven die niets goeds in de zin hebben of al is het maar dat je iets niet eet wat niet goed voor jou is.
Walging is dus eigenlijk net als veel andere emoties, iets wat je wil beschermen. Het helpt je om afstand te nemen van wat niet goed voor je is.
Maar zoals met alles, kan het ook doorschieten.
Wanneer het te sterk wordt of je gaat beheersen, kan het je juist beperken. Dan reageer je niet meer alleen op wat er nu gebeurt, maar ook op wat ergens eerder is opgeslagen. En dan werkt het niet meer helpend, maar belemmerend.
Want als je alleen leert dat walging betekent dat je afstand moet nemen, kun je ook weggaan van iets wat juist aandacht nodig heeft. Iets wat misschien niet prettig voelt, maar wel belangrijk is om naar te kijken.
Dus soms kan walging je beschermen.
Maar soms kan het je ook op afstand houden van delen die nog niet gezien of begrepen zijn.
Walging kan zich ook naar binnen richten
Tot nu toe heb ik het vooral gehad over wat er buiten je gebeurt.
Dingen die je ziet of meemaakt en waar je lichaam direct op reageert.
Maar walging kan zich ook naar binnen richten. Naar jezelf.
Bijvoorbeeld dat je je ergens voor schaamtā¦
en tegelijk iets in je lichaam voelt waar je liever niet naar kijkt of voelt.
Iets waar je eigenlijk van weg wil. Of iets wat je ooit gedaan hebt en daar met misselijkheid aan terug denkt.
Je merkt het aan je lichaam.
Je doet een stapje terug, je voelt een huivering, spanning en je zoekt afleiding. Je kijkt er gewoon niet meer naar.
Innerlijke walging om het zo maar even te noemen, zie je ook wel eens bij mensen met een eetstoornis, zoals bijvoorbeeld anorexia.
Waarbij het lichaam of het eten een gevoel van walging kan oproepen.
Walging naar zichzelf of naar eten. Maar dat kan voor iedereen anders zijn.
En ergens kan daar ook een gevoel onder zittenā¦
dat er iets niet goed is aan jou.
Walging kan daar als het ware overheen komen te liggen.
Alsof je er een beetje afstand van neemtā¦
zodat je het niet hoeft te voelen of te zien.
Maar wat je wegduwtā¦blijft vaak toch ergens aanwezig.
Walging verandert mee
Soms verandert de situatie helemaal niet, maar jij wel. Je gaat dingen anders zien.
Je begrijpt meer van jezelf, van wat je hebt meegemaakt of van wat er eigenlijk speelde in bepaalde situaties.
Wat eerst nog normaal voelde, kan daardoor ineens een hele andere lading krijgen.
Iets wat je eerder misschien accepteerde of niet eens zo bewust opmerkte, kan je nu opeens laten walgen van hoe dat vroeger was, nu je je bewust bent van wat dat met jou heeft gedaan.
En dat kan verwarrend zijn.
Zeker als de ander niet veranderd is en de situatie nog precies hetzelfde lijkt.
Het enige wat veranderd is, ben jij.
Misschien herken je iets wat je eerder nog niet kon zien of voelen. En in dat soort momenten kan walgen je helpen om afstand te nemen. Een signaal dat er iets in jou veranderd is en dat je daar serieus naar mag luisteren.
Andersom kan het natuurlijk ook.
Je bent je bewust geworden waardoor die walging is ontstaan.
Je hebt het verwerkt en losgelaten.
Je merkt het misschien nog een beetjeā¦
maar de echte walging is niet meer voelbaar.
Walging en overgave
Walging en overgave
Nu vraag je je misschien af wat overgave hiermee te maken heeft. Als walging zo sterk is dat je lichaam er echt fysiek op reageert, dat je een kokhalsneiging voelt, alsof je moet overgeven, dan zorgt het er eigenlijk voor dat je je afsluit. Dat je iets niet binnen wilt laten. Terwijl overgave juist het tegenovergestelde vraagt. Dat je je opent, dat je iets toelaat. En die twee kunnen botsen.
Alsof je lichaam iets eerst wil uitspugen voordat het ruimte heeft om iets toe te laten.
Je zou walging dan kunnen zien als uitnodiging om los te laten wat niet meer goed voor je is. Dan gaat het niet meer over iets toelaten, maar over iets wat er al in zit en eruit wil. Wanneer je je overgeeft aan wat de walging je laat voelen, kan het zijn dat je lichaam wil overgeven om ruimte te maken voor iets beters. Om die fysieke herinnering los te laten die misschien niet meer bij het "nu" hoort.
Misschien is er ooit fysiek een grens bij jou overtreden op seksueel gebied. Het hoeft niet altijd iets groots te zijn om dit te voelen. Misschien was je jong, het overkwam je en dacht je dat het normaal was.
Het voelde niet fijn, op zān zachtst gezegd. Of had je er ook nog schaamte- of schuldgevoelens over.
Later leer je dat dat helemaal niet normaal is. Dan kan er een gevoel over die herinnering komen, en dat kan heel goed walging zijn.
Om jou te beschermen, of om te zorgen dat je dat stukje nog mag loslaten en er weer ruimte ontstaat om te voelen en te genieten.
Dat betekent niet dat dit altijd zo werkt, maar het laat wel zien hoe dicht lichamelijke reacties en emotionele processen soms bij elkaar liggen.
Walging laat je voelen waar je dichtgaat. Niet alles waar je van walgt, is iets waar je van weg moet.
Even stilstaan
Misschien herken je jezelf in delen van dit verhaal.
Of misschien ook niet.
Maar als je er iets uit mee wilt nemen, dan is het misschien dit:
Dat je niet alle walging meteen hoeft weg te duwen,
maar ook niet altijd direct hoeft te volgen.
Dat je er even bij stil kunt staan.
Wat voel ik eigenlijk precies?
Waar gaat dit over?
Is dit iets van nu⦠of raakt het iets ouds?
En zonder dat je daar meteen een antwoord op hoeft te hebben, kan het al helpen om er eens als de waarnemer naar te kijken.
Niet alles waar je van walgt, is iets waar je van weg moet.
Het kan je laten voelen waar je dichtgaat.
Het kan iets laten zien wat in jou gehoord wil worden.
En je instinct en intuĆÆtie ā¦daar mag je naar luisteren.





Opmerkingen